Spèt

Spèt

Column You Medemblik Juni 2019
Veel hebben ze niet gevangen. Harrie en Kees. Een stel Hagenezen dat is neergestreken in Café ’t Zeepaardje na een dag vissen ergens in de buurt van Onderdijk. Ze weten niet precies waar, maar hadden genoten op het water.

Nog effe een borrel doen en daarna wat eten, was het plan. Maar tegen middernacht zijn ze over hun honger heen. Over hun dorst des te minder. Kees stikt op dit uur vooral in z’n zware Van Nelle, terwijl Harrie geniet op zijn praatstoel.

We leren van hem dat je bij het ingooien van een ruit altijd op de hoek moet mikken. ,,Andâhs kaats die stein terug aupie hagses.’’ Hij vond dit de beste les die hij zijn zoon ooit had gegeven. Ook bulkt Harrie van de poen. ,,Mèssie, al hebbie un miljoen naudag. Ik hellep.’’

Een kwajongen is hij geweest. Maar spijt heeft hij nergens van. Behalve dan van dat akkefietje op het Vrijthof. Bij een concert van André Rieu liep hij achter een ouder echtpaar. De man kermde meerdere keren dat hij zo naar de wc moest. ,,Maah dat wèf van ‘m siste steids ‘doâhlaupe’. Dus hè hield ut nie meâh. Nâh mèd, zauveil stgont heppik nog nauit gezien.’’ Harry zucht ervan. ,,En dat wèf liep gewaun doâh!’’

Ook hij was doorgelopen. ‘Spèt! Spèt!’ had-ie nou. Het liefst spoort hij de arme drommel op om hem een bloemetje te brengen in dat verre Maastricht.

Net als Harrie een traantje weg dreigt te pinken, kucht Kees hem bij de les. Pils moet er komen ,,Jeff, waah blèf dat bieâh. Of zallik die pleurestent van je es effe vebâhwûh!’’   



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *